Met medewerking Dierenkliniek Wilhelmina park.

Een goede konijnen-dokter.

Op deze pagina wil ik helemaal niets ten nadele zeggen van welke dierenarts dan ook. Maar een dierenarts kan nog zo goed zijn voor je hond of voor je kat, een konijn vereist een heel andere aanpak. Een konijn is geen kat, geen hond, geen knaagdier... Geneesmiddelen die goed zijn voor voornoemde dieren kunnen een konijn zieker maken. Het is belangrijk dat een dierenarts dat weet!! Maar al te vaak is het gebeurd dat een konijn erger ziek is geworden, of is overleden door het geven van verkeerde medicatie, of het stellen van een verkeerde diagnose. Er komen gelukkig steeds meer dierenartsen die zich ook bijscholen op konijnengebied. Tenslotte: een dierenarts die wil overleggen met een dierenarts die meer gespecialiseerd is in konijnen, is ook een goede konijnen-dokter.

De gezondheid van onze konijnen van groot belang voor dier en baasjes.

Ziekte tijdig herkennen.


Wanneer is je konijn nou precies ziek, veel mensen zijn hier onzeker over. Wanneer moet je afwachten, wanneer moet je ingrijpen.

Wanneer een konijn 24 uur of langer niet gegeten heeft, dan is er maar één ding te doen: met loeiende sirenes naar een konijnkundige dierenarts.

Een prooidier geeft zeer weinig signalen af wanneer het zich ziek voelt of pijn heeft. Bij een konijn moet je daarom op subtiele dingen letten. Als je je konijn goed kent is het makkelijker te merken of het dier iets mankeert. Gedragsverandering, ook al is het weinig, kan op een gezondheidsprobleem wijzen. Komt je konijn altijd blij naar je toe rennen als het je ziet, en nu niet, dan is dat een signaal. Laat het zich altijd graag aaien, maar vlucht het nu voor je weg, is dat ook een signaal. Valt het dier nijdig naar je hand uit terwijl het altijd graag geaaid wordt, kan dit een signaal van pijn zijn.



ziek zijn is niet fijn, ook niet voor het baasje.

Wanneer vermoed wordt dat het konijn iets mankeert moet het dier direct binnenshuis gehuisvest worden, ongeacht het jaargetijde en temperatuursverschillen van buiten naar binnen. Een ziek konijn heeft een deken nodig en een kruik om zo goed warmgehouden te worden. Onderkoeling van een konijn is nog ernstiger dan koorts, en kan het einde van het dier betekenen. De lichaamstemperatuur van een konijn mag niet lager worden dan 38°C. Hoger dan 39,8°C betekent koorts, en ook dan mag een konijn beslist niet in een buitenhok blijven.



Algemene signalen die wijzen op een gezondheidsprobleem zijn:


Zwoegend ademen of een piepend geluid bij het ademen ook al is er nog eetlust.

Met het hoofd achterover zitten (vaak teken van benauwdheid)

Met de rug naar je toe naar een hoek zitten kijken en niet reageren.

Het hoofd scheef houden.

Staande oren laten hangen, hangende oren van het hoofd of achterwaarts houden.

Steeds met de kop schudden zonder dat van vrolijkheid sprake is.

Vaak aan een oor krabben.

Omrollen bij het zich wassen.

Minder eetlust.

Veel blijven zitten ipv relaxed languit liggen.



Tekenen van pijn zijn:


Een abnormaal gebogen zithouding.

Alert maar niet willen bewegen.

Traag bewegen en/of met grote moeite.

Lusteloos/ongeïnteresseerd.

Trillen.

Hyperventileren, hijgen.

Kreupel lopen.

Ongewone of plotselinge agressie.

Het verminderen of totaal verdwijnen van eetlust of lust tot drinken.

Tandenknarsen.

Zich verstoppen (indien niet normaal), naar een hoek gaan zitten kijken.

Geen interesse in wat er om zich heen gebeurt.

Grommen of "gillen" bij : lopen, plassen, poepen, oppakken, onderzoeken of zonder aantoonbare reden.

Smerige vacht omdat het dier geen interesse heeft zich te wassen.

Veel tijd nodig hebben met eten.

Alles wat hierboven genoemd wordt is een reden om actie te ondernemen. Een dagje afwachten "om te zien of het morgen beter gaat" kan fataal voor het konijn verlopen. Zoals gezegd geeft een prooidier zeer weinig signalen af. Wanneer bovengenoemde signalen gezien worden loopt het dier al langer met een gezondheidsprobleem.

Onderneem dus snel actie.


DIARREE en andere problemen.

Zachte blubberige keutels kunnen verschijnen wanneer een konijn bijv. een bepaalde groenvoer niet verdraagt. Bijkomende klacht kan buikpijn zijn, veroorzaakt door gas. Of het konijn is alleen wat minder enthousiast op eten. De remedie is het konijn een dag op hooi zetten en een antigasmiddel toedienen. Zijn de volgende dag de keutels nog niet in orde, dan is er meer aan de hand .

Een middel dat we zelf toepassen zijn: gedroogde eiken bladeren.

dit hebben we overgenomen van oude fokkers.

Een van de oplossingen van het probleem kan hooithee zijn.

Hooithee: doe een flinke pluk hooi in een emmer, en giet daar kokend water over. Laat dat een paar uur staan, zeef het en vul de waterfles daar mee. Laat je konijn alleen hooi eten en hooithee drinken. Na een paar uur verse hooithee maken. De klachten moeten de volgende dag over zijn. Dit is uitsluitend een goede behandeling wanneer vrijwel zeker is dat de kwaal door groenvoer veroorzaakt wordt.

Erge diarree: noodsituatie!

Het konijn wordt stil, eet niet of nauwelijks. Er zijn geen keutels meer of zachte keutels, maar een dunne, bruine massa, die meestal stinkt. Het konijn is aan de achterkant ook vuil. De oren zijn ijskoud. Dit is serieus!!! Zorg dat je konijn drinkt. Een konijn dat aan de diarree is en niet drinkt droogt onmiddellijk uit. Het is verstandig om voor noodgevallen altijd injectiespuitjes zonder naald in huis te hebben. Als het konijn aan de diarree is, en het drinkt niet zelf, moet je het spuitje vullen met water, en voorzichtig in de mondhoek van het konijn leegspuiten. Pas op dat het dier zich niet verslikt. Een konijn heeft heel weinig reserve, als het heel erg aan de diarree is, en het drinkt niet, kan het binnen een paar uur sterven. Aan het water kun je een heel klein beetje zout toevoegen. Dit water geven moet je steeds herhalen. Diarree, echt vloeibare poep, is slecht nieuws. Het kan een voedselkwestie zijn, bijv. bedorven voer of een vergiftiging, het kan VHS zijn, maar ook Coccidiose. Coccidiose is een ziekte die vooral bij jonge konijntjes voorkomt, en een dodelijke afloop kan hebben. Snel ingrijpen is geboden.Maar meestal is het dan al te laat.

Hele kleine keutels.

Keutels die steeds kleiner worden zijn een signaal dat de darmen niet genoeg bewegen. Hier moet serieuze aandacht aan besteed worden, want dit is een ernstig signaal. Het is een teken dat het voedsel niet goed doorgevoerd wordt door de darmen. Als de darmen niet goed werken zal de voedselmassa langzamer door het darmkanaal gaan. Het konijn voelt zich vol, en zal minder gaan eten. De darmen gaan nog minder bewegen en een vicieuze cirkel ontstaat. Op een gegeven moment stopt het konijn met eten en drinken, omdat de bijna stilstaande voedselmassa een vol gevoel geeft. Als er helemaal geen voedsel opgenomen wordt stoppen de darmen met bewegen. Het lichaam heeft nog steeds water nodig en haalt dat nu uit de maag en uit de bestanddelen van de keutels. Het voedsel wat nog in de maag zit droogt uit en wordt een prop. Hoe langer een konijn niet eet, hoe meer hij uitdroogt en hoe harder de prop in zijn maag wordt. De oude voedselmassa geeft ook gas, wat pijnlijk is. Nog een reden voor het konijn om niet meer te eten.

Het is belangrijk dat een konijn altijd goed hooi eet (vezels) en genoeg drinkt. Genoeg beweging krijgt, zodat het lichaam optimaal blijft functioneren. Keutels die steeds kleiner worden... dit kan eindigen met helemaal geen keutels meer. En dan is het konijn al ver heen. Let dus altijd op de keutels!


Keutels die aan het achterwerk blijven plakken, of stinkende plakkeutels.

Een konijn maakt twee verschillende soorten keutels, gewone en blindedarmkeutels. De gewone zijn hard en rond, de blindedarmkeutels zijn klein en donker, zitten vaak op een trosje aan elkaar en ruiken heel sterk (worden ook wel 'nachtkeutels' genoemd, maar dat is een verkeerde benaming). Deze keutels moeten eigenlijk rechtstreeks uit de anus gegeten worden, en ze zitten boordevol eiwitten, mineralen en bacteriën die een konijn nodig heeft om gezond te blijven.



Wanneer te veel voer gegeven wordt wat te veel koolhydraten bevat (dat is al gauw het geval bij gemengd voer, maar ook bij brood en zeer zeker bij snoep!) raakt de blindedarmflora verstoord. De blindedarmkeutels worden dan zo zacht dat een konijn ze niet meer kan eten, en ze blijven aan het achterwerk plakken. Dat wordt op een gegeven moment een hele massa waar ook de gewone keutels in blijven plakken. Wanneer een konijn selectief eet, dus alleen de lekkere dingen uit het voer eet, komt het dier belangrijke voedingsstoffen te kort. De blindedarmflora raakt verstoord omdat die lekkere dingen veel suiker bevatten. Het konijn eet bij wijze van spreken alleen nog suiker. Erg ongezond dus.

Afgezien van dat het heel vervelend is voor het konijn maar ook voor de eigenaar, omdat die het dier steeds moet schoonmaken, is het ook schadelijk voor het konijn. Blindedarmkeutels bevatten vitaminen die een konijn beslist nodig heeft, zoals vitamine B en K, en verder ook nuttige bacteriën die nodig zijn om de darmflora gezond te houden. Als het konijn dus de blindedarmkeutels niet kan eten komt het belangrijke voedingsstoffen te kort, die het nodig heeft. Op den duur kan het konijn dan allerlei kwalen krijgen en verandert het in een chronisch ziek dier. Verder loopt het konijn in de zomer gevaar op madenziekte.

Het eten van blindedarmkeutels is van levensbelang voor een konijn en het is dus belangrijk dat het van de kwaal afkomt. Dit is alleen mogelijk met een gezond dieet.Vaak is het al genoeg om minder hardvoer te geven, veel eigenaren geven teveel hardvoer aan hun konijn. Een konijn dat teveel gemengd voer krijgt en geen honger heeft, eet alleen de gekleurde dingen en laat de gezonde dingen liggen. Een konijn vanaf 6-7 maanden heeft maar 20-25 gram hardvoer per kg. lichaamsgewicht per etmaal nodig. Dat lijkt weinig, maar is meer dan voldoende voor een konijn dat goed hooi eet. Het hardvoer kan in twee maaltijden verdeeld worden en 's morgens en 's avonds gegeven worden. Omdat het konijn honger krijgt zal het veel hooi gaan eten, en ook de hele etensbak netjes leegeten. Hierdoor wordt de darmflora weer gezond en verdwijnt de kwaal van de dunne blindedarmkeutel-rommel.Wanneer een konijn last heeft van deze kwaal, is het dus verstandig om geen snoep meer te geven en het hardvoer drastisch te minderen. Het konijn gaat nu vanzelf veel meer hooi eten en dat is goed. Natuurlijk is het belangrijk dat het konijn hooi kan eten. Kan het konijn geen hooi eten dan is het voldoende om het hardvoer flink te verminderen. Dus geen volle bak neerzetten waar het konijn zolang over kan doen als het wil, en dan die bak steeds bijvullen. Hardvoer moet eerst op zijn voordat nieuw gegeven wordt, en dan ook alles. Dus niet alleen de lekkere dingen uit het voer en de bikskorrels laten liggen. Verder ook absoluut geen snacks geven, in welke vorm dan ook.

Binnen een week moet de kwaal dan een stuk verbeterd zijn, of over zijn. Is dat niet het geval, dan is het verstandig om het konijn een paar dagen op uitsluitend hooi en water te zetten. Dit kan ook alweer alleen als het konijn hooi kan eten. Vergeet niet dat konijnen slechte hooi-eters worden als ze hun buik vol hebben met hardvoer! Verbetert de kwaal, dan kan heel langzaam weer met een klein beetje voer begonnen worden, en kun je elke dag een beetje meer geven. Wanneer de kwaal weer ontstaat dan betekent het dat het konijn teveel voer krijgt en moet het weer iets minder hebben. Dit is dan de dagelijkse portie die het konijn verdraagt. Het is niet verstandig om voor deze kwaal antibioticum te geven, dat helpt niet. Voer je al verstandig en heeft je konijn toch te zachte blindedarmkeutels, dan kan dit veroorzaakt worden door pinwormen (Passalurus ambiguus) die in de blindedarm wonen. Hiervoor moet dan het antiwormmiddel Panacur gegeven worden gedurende minimaal 14 dagen. De dosering Panacur is 20 mg. per kg. lichaamsgewicht per 24 uur, verdeeld over tweemaal daags, dus elke 12 uur.

Te verkrijgen bij een goede dierenarts.


Enterocolis of wel, Dikke buiken ziekte.

Wat zijn de zichtbare symptomen?

Stilzitten- weinig levenslust. Stoppen met eten en drinken –zeker als de buik sterk is gezwollen. Als je ze optilt hoor je het klotsen als gevolg van de abnormale vochtinhoud van de blinde darm, maag en dikke darm. Gezwollen buik, zeker vlak voor de dood intreed. Plotselinge hoge sterfte ( soms wel 80-90% )bij de jonge konijnen. Soms diaree.

Wat moet je doen ?

1. Bij het minste geringe vermoeden dat de dieren ziek zijn, de verdachte dieren onmiddellijk in caranteine plaatsen. Liefst naar een plaats of ruimte waarin zich geen konijnen bevinden.

2. Stop met eten en drinken te geven aan de zieke dieren, alleen hooi verstrekken.

3. Ga alles-drinkbakken,flessen,etensbakken, nestbakken en de gehele kooi inclusief het gaas,schoonmaakgereedschap en de vloer, zeer grondig ontsmetten met halamit of een ander sterk ontsmettings middel. Ouderwetse soda is goedkoop, ruim gebruiken en oplossen in kokend heet water. Een moderne stoom blaser werkt ook zeer goed, uit eigen ervaring met het ontsmetten van dierverblijven.

4. Alle hokken schoonmaken en de mest direct afvoeren.

5. Vermijd contact met ander fokkers. Als ze in de buurt wonen, stel ze op de hoogte van jouw probleem.

Wat een probleem is als je tatoeëerder van een vereniging ben .je weet immers niet wat bij een fokker aan de hand is als je er komt, er zijn fokkers die niets laten weten dat er in hun hok iets aan de hand is. Ze hebben het soms zelf niet in de gaten, en zeggen dan niets gemerkt te hebben aan hun dieren. Maar als je voor hun dierverblijven ben ruik je het, een bepaalde geur die je niet snel vergeet. Zoet zuur zo noem ik dat ,het blijf onder je neus hangen. Daarom als ik thuis kom van tatoeëren is de eerste weg naar het bad, schone kleren voordat ik naar mijn eigen dieren ga om ze te verzorgen.

Voorkomen is beter dan genezen. Uit onderzoek is vast komen te staan dat de ziekte vooral uitbreekt onder pas gespeende jonge konijnen.. Bij dieren waarbij deze rond de 8 weken vervoerd werden, dus van en naar het nieuwe huis, na het tatoeëren, na het afspenen, verzetten in een ander hok. Maar hoe dan? Laat de dieren tatoeëren als ze nog bij de moeder zijn. In de leeftijd dat de jonge zes tot zeven weken oud zijn.

Wij zelf doen een scheutje appel azijn in het drinkwater.Dit twee keer per week. Speen de dieren groepsgewijs af. Niet allemaal tegelijk want dit is ook niet goed voor het moederdier. Extra ruwvezels verstrekken in de vorm van goed hooi en gedroogde brandnetel. Extra voorzichtig met het verstrekken van het eerste voorjaarsgroen.

Een uitstekend middel om een konijn weer aan het eten te krijgen. combineer dit met wat selderie/peterselie en het dier zal spoedig weer hooi gaan eten. hiermede voorkom je dat de conditie van het dier snel achteruit gaat.

Gasbuik, hoe masseren.

Het gemakkelijkst is het, wanneer uw konijn op uw schoot zit, met zijn rug in de holte van uw rechterarm en de snuit en poten wijzend in de richting van uw linkerarm. U houdt met uw rechterhand het konijn onder de voorpootjes ietwat rechtop, zodat het dier niet zo in elkaar zakt. U kunt nu makkelijk de buik op alle punten bereiken. U masseert in deze positie steeds met uw linkerhand. De kronkeldarm bevindt zich enigszins aan de rechterzijde van uw konijn, een klein stukje beneden de ribben, en vaak bevindt zich hierin het gas. Deze darm valt niet te masseren omdat hij in een kluwen gekronkeld zit. Leg de vingers van uw linkerhand over de buik heen op de rug en trek zachtjes richting buik om de kronkeldarmmassa wat te bewegen en zo het gas in beweging te zetten. Zet uw vingers iets meer naar voren en iets lager en masseer zacht omlaag richting lies en langs de lies verder omlaag. Vaak zult u dan gasbellen voelen bewegen of u hoort geborrel. Een gedeelte van de darm waar zich vaak veel gas ophoopt bevindt aan de linkerzijde in de lies, richting buik. Als er gas zit voelt u daar een langgerekte bult. Hier wordt zachtjes een klein stukje opwaarts (dus richting hoofd konijn) gemasseerd om de bellen omhoog te duwen. Daarna zet u uw vingers weer over de buik op de rug en herhaalt u de eerste handeling. Zo blijft u in een cirkel masseren. Wil uw konijn beslist niet in deze houding, maar wel gemasseerd worden wanneer het voor u ligt, meestal in een ongemakkelijke houding, met de buik op de grond of op uw schoot, probeer dan vanaf de rugzijde van uw konijn bovengenoemde massagetechniek zo goed mogelijk na te bootsen.

Geslachtsziekte bij konijnen.

Deze ziekte wordt vaak overgebracht door schijnbaar gezonde rammen. Het uit zich door korsten op de geslachtsopeningen. Een gevolg van een infectie kan zijn dat dieren niet drachtig willen worden. Tegen geslachtsziekte kunnen de dieren worden behandeld. Dit kan met behulp van het middel Duplocilline of engemycine, een antibioticum dat vooral werkzaam is tegen syphilis bacteriën. Het middel moet onderhuids worden ingespoten.

Snot.

Snot wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella. Het kan zich op velerlei wijzen manifesteren. Uierontsteking is qua bacteriële infectie verwant aan snot. Als de jongen de besmetting overleven zullen ze de bacterie wel bij zich dragen. Tegen snot en longontsteking kan geënt worden met Cunivak Past of behandeld worden met doxycycline of oxytetracycline.

Schurftmijt in oren of in de nek.


Schurftmijt in de nek is te herkennen aan de ‘roos’vorming op de huid; grote huidschilfers die tussen de haren zichtbaar zijn. De dieren kunnen er jeuk van krijgen. Bestrijding is mogelijk door een injectie met Ivomec of door Oramec door het drinkwater te mengen. Ook de huid goed natmaken met alcohol werkt goed. Schurftmijt in oren komt weinig voor.

Kale neus, kale oren.


Dit is een uiting van een schimmelinfectie die overigens ook besmettelijk is voor de mens.


Myxomatose.


Deze ziekte wordt overgebracht door muggen. Kenmerkende symptomen zijn zwellingen op de kop (rond ogen, neus en mond) die sterk kunnen etteren. Tegen myxomatose kunnen konijnen eveneens preventief worden geënt met lyomyxovax of dervaximyxo SG 33 of met dercunimyx. Deze enting kan worden gecombineerd met die tegen RHD. Overdracht van ziekten door muggen treedt vooral op in perioden dat het buiten overdag nog lekker warm is maar ’s nachts al flink af kan koelen. Onder deze omstandigheden zoeken muggen een warme plek voor de nacht, ze zoeken dus de warmte van de dieren op en brengen vervolgens ziekten over.

Moerziekte.

Dit is hetzelfde als slepende melkziekte. Hierbij heeft het dier dat net gejongd heeft een verkeerde energiebalans. Dit treedt met name op bij te vette dieren. Door de voedster direct na het jongen een zeer energierijk voer te geven kan het dier in de juiste energiebalans worden gebracht. Het voer kan hiervoor worden overgoten met wat roosvicé.



Het normale gebit.

Het gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 2 stifttanden en 20 kiezen. De melktanden van het konijn wisselen in een periode vlak voor de geboorte tot 3-5 weken na de geboorte. Stiftanden zijn kleine snijtandjes die achter de snijtanden van de bovenkaak staan. Dit onderscheid konijnen van knaagdieren zoals de cavia, hamster en de rat.

Knagers.

Alhoewel een konijn geen knaagdier is zijn het wel uitmuntende knagers. Dit komt mede doordat tanden en kiezen door middel van lamellen tussen de wortel en het slijmvlies van de tandkas diep in het bot verankerd zijn. Ongeveerd 2/3e van de tand bestaat uit wortel!

Levenslang groeien.

De tanden en kiezen van konijnen hebben een open wortel en groeien gedurende hun hele leven door. De snijtanden groeien 2-2.4 mm per week. Dit is dus bijna 10 cm per jaar! Deze groei word opgevangen door slijtage van de tanden en kiezen. De slijtage vindt plaats als gevolg van het knagen en kauwen op voedsel. Het is belangrijk dat groei en slijtage met elkaar in evenwicht zijn.

Slijtage.


Bij een normaal gebit staan de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden en raken de ondersnijtanden de stifttanden. Hierdoor slijten de snijtanden beitelvormig op elkaar af en zijn ze zeer geschikt om mee te kunnen knagen. De kiezen slijten af door het malen op voer. Het konijn maalt zijn voer door tijdens het kauwen zijn kiezen horizontaal te bewegen. Hierdoor slijten de kiezen op elkaar af.

Overige oorzaken voor gebitsproblemen.

Naast de eerder genoemde voedingsfouten zijn er nog een aantal andere oorzaken voor gebitsproblemen bij het konijn. We zullen de voornaamste hier voor u op een rijtje zetten: • Trauma; wanneer een tand door ongeluk oftewel een trauma (bijv. een klap of val) verloren gaat kan de tand na verloop van tijd weer teruggroeien. Deze tand kan dan verkeerd groeien waardoor een afwijkende stand ontstaat. Soms groeit de tand helemaal niet meer terug. De tegenoverliggende snijtand slijt dan niet af en zal door blijven groeien. • Fracturen (breuk) van de kaak waardoor de positie van de snijtanden veranderd is. • Afwijkend knaaggedrag. • Genetisch. Er komt een genetische afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan.

Gevolgen.

Bij een afwijkende stand van de snijtanden zullen meestal de bovensnijtanden naar binnen gaan groeien tot in de mondholte. Lippen, tong en gehemelte kunnen beschadigd raken en gaan ontsteken. De ondersnijtanden gaan meestal uit de bek groeien of kunnen de bovenlip raken. Doordat de bek niet goed kan sluiten zullen ook de kiezen niet goed afslijten op elkaar waardoor hier haken kunnen ontstaan. Deze haken kunnen de wang en de tong beschadigen.

Een konijn met een traanoog of ooguitvloeiing door calcium tekort.

Dacryocystitis is een ontsteking van het traanzakje en de traanbuis. Deze ontsteking kan ooguitvloeiing veroorzaken. Vaak is een kiesprobleem verantwoordelijk voor het ontstaan van de ooguitvloeiing. De traanbuis kan door kieswortel problemen dichtgedrukt of ontstoken raken. De traanbuis loopt vanaf het onderooglid naar de neusholte, aan het begin zit een verbreding en dit wordt het traanzakje of saccus lacrimalis genoemd.

Oorzaak.

De traanbuis kan dichtgedrukt raken door: een ontsteking of abces door een bijvoorbeeld een breuk van een kies. Een andere oorzaak is doordat er een ontsteking ontstaat door losliggende kiezen. De kiezen kunnen ook de verkeerde kant uitgroeien. In plaats van dat ze naar beneden groeien en op de onderliggende kiezen afslijten groeien ze naar boven het kaakbot in. De los liggende kiezen en de verkeerde groei worden veroorzaakt door een verkeerde voeding.


Door voedingsfouten kan er een tekort aan calcium (osteodystrofie) ontstaan, zodat het bot van de kaken zachter wordt. De tanden en kiezen komen los te zitten in de tandkas en er kan een ontsteking aan de wortelpunt ontstaan. Ook kan het bot zo zacht worden dat de verankering van de kieswortel in het bot weg is en de kieswortel wordt dan als het ware naar boven gedrukt de bovenkaak in.


Lik- en knaagstenen kunnen blaasproblemen, zoals blaasstenen, geven, geef deze daarom niet!

Wees gewaarschuwd!

Muizen.

zorg dat deze kostgangers veel mogenlijk wegbijven bij je konijnen, ze brengen van allerlij ziektes mee in je hokken.